Tot slot lijkt het aangewezen de resultaten voor PIRLS 2006 kort te vergelijken met die voor ander internationaal onderzoek. Eerst vergelijken we met onderzoek van omstreeks 1970, dan vergelijken we met de resultaten van het recentste PISA-onderzoek die op dit ogenblik (november 2007) bekend zijn. Vervolgens plaatsen we de recentste wiskunderesultaten in het lager onderwijs naast de resultaten voor PIRLS 2006. Tot slot vergelijken we Vlaanderen en Wallonië voor lezen en wiskunde, vroeger en nu.
We beperken ons tot een eerste verkenning en bekijken alleen de rangschikking van de landen inzake het gemiddelde prestatiepeil.
De resultaten van de eerste IEA-studie naar begrijpend lezen bij 10-jarigen zijn opgenomen in deze tabel. Elf landen namen zowel deel aan die studie als aan PIRLS 2006 (zie rechterkolommen van die tabel).
Zowat de helft van die landen neemt in de rangschikking van die 11 landen nu ongeveer dezelfde plaats in als 40 jaar geleden. Er zijn ook landen die duidelijk gestegen zijn in rang (m.n. in sterke mate Hongarije en in beperkte mate Vlaanderen), terwijl andere landen duidelijk gedaald zijn (m.n. in sterke mate Wallonië en in iets beperktere mate Engeland en Schotland).
Terwijl PIRLS 2006 betrekking heeft op het vierde leerjaar van het lager onderwijs (onafhankelijk van de leeftijd) betreft PISA 2003 de 15-jarigen (onafhankelijk van het leerjaar). De PISA-resultaten zijn opgenomen in deze tabel.
In totaal namen 22 landen aan beide onderzoekingen deel (zie rechterkolommen van de tabel). Sommige van die landen zijn bij de koplopers in het lager onderwijs en zijn duidelijk minder sterk bij de 15-jarigen. Dit geldt voor Rusland (zakt van 1ste naar 21ste plaats), Luxemburg (zakt van 3de naar 17de plaats), Italië (zakt van 4de naar 19de plaats), Hongarije (zakt van 5de naar 15de plaats) en Duitsland (zakt van 7de naar 12de plaats). Andere landen nemen een betere plaats in de rangorde voor de 15-jarigen in dan voor de (+/-) 10-jarigen. Dit geldt voor Vlaanderen (stijgt van 9de naar 1ste plaats), Nederland (stijgt van 8ste naar 4de plaats), Nieuw-Zeeland (stijgt van 14de naar 2de plaats), Frankrijk (stijgt van 16de naar 8ste plaats), Polen (stijgt van 17de naar 7de plaats), Ijsland (stijgt van 19de naar 11de plaats) en Noorwegen (stijgt van 21ste naar 6de plaats).
Als we PISA 2003 niet vergelijken met de officiële PIRLS 2006 rangschikking, maar met degene die we zelf berekenden na een correctie voor de gemiddelde leeftijdsverschillen (zie ook tabel), dan wijzigen de lijstjes enigszins. Zo valt Luxemburg weg bij de stijgers, en zo wordt Zweden toegevoegd aan de stijgers (in die nieuwe vergelijking stijgt het van de 9de naar de 3de plaats).
Het vraagt een grondigere analyse om die uiteenlopende resultaten te verklaren. Daarbij speelt ongetwijfeld het feit dat het ene onderzoek gebruik maakt van leerjaren (inclusief de oudere leerlingen die vertraging opliepen) en het andere van een leeftijdsgroep (ook al zit die gespreid in verschillende leerjaren), en het feit dat het ene 10-jarigen en het andere 15-jarigen betreft, een rol.
Verwijzend naar een ander verschil tussen PISA en PIRLS (nl. de grote sociale ongelijkheid in het Vlaams onderwijs volgens PISA en de kleine sociale ongelijkheid in het Vlaams onderwijs volgens PIRLS), kan men zich de vraag stellen of het PISA-onderzoek de sociale ongelijkheid niet te éénzijdig beklemtoont. Immers, zwakker presterende leerlingen die o.m. in Vlaanderen een extra jaar onderwijs krijgen, onder de vorm van zittenblijven, hebben op het moment van de PISA-test uiteraard nog niet dezelfde leerstof verwerkt als de andere 15-jarigen. Overigens doen ook in PISA de Vlaamse zwakkerpresterenden het beter dan de zwakkerpresterenden van vele andere landen.
In elk geval kan men nu reeds als conclusie trekken dat het niet verantwoord is zich een ‘definitief’ oordeel te vormen over onderwijssystemen van landen op basis van één test.
De resultaten van TIMSS 2003 (wiskunde, 4de leerjaar lager onderwijs) zijn opgenomen in deze tabel. Er zijn 21 landen en regio’s die zowel deelnamen aan dit onderzoek en aan PIRLS 2006. De tabel geeft ook de rangordeningen weer voor beide onderzoeken.
Sommige landen blijken beter te presteren in lezen. Dit geldt m.n. voor Rusland (1ste plaats voor lezen en 8ste plaats voor wiskunde), Ontario Canada (4de versus 20ste plaats), Italië (5de versus 13de plaats) en Quebec Canada (14de versus 21ste plaats). Andere blijken relatief beter in wiskunde, m.n. Taiwan (3de plaats in wiskunde versus 13de plaats in lezen), Litouwen (7de versus 12de plaats) en Vlaanderen ( 4de versus 8ste plaats).
Als we voor beide vakgebieden de verschillen in leeftijden zouden wegwerken, zou ongetwijfeld het patroon enigszins wijzigen.
Enkele relevante gegevens, die betrekking hebben op een langere periode, zijn opgenomen in een tabel voor lezen en een tabel voor wiskunde. We beperken ons per onderzoek tot het vermelden van het aantal landen dat deelnam en tot de plaats in de rangorde van Vlaanderen en Wallonië.
Wat de leesprestaties betreft, bevestigt de tabel wat we reeds gezegd hebben, nl. dat Wallonië inzake leesprestaties vroeger beter was dan Vlaanderen, terwijl nu duidelijk het omgekeerde het geval is. Voor wiskundeprestaties daarentegen was Vlaanderen ook vroeger iets sterker dan Wallonië. Het voorbije decennium doet Vlaanderen het veel beter. Gemeenschappelijk aan beide vakgebieden is dus de relatieve vooruitgang van Vlaanderen en de relatieve achteruitgang van Wallonië.
|